>> Regelgeving - Bodemonderzoek

Bodemonderzoek bij (ver)bouwen


Als u wilt (ver)bouwen moet u aantonen dat de bodem niet verontreinigd is. Dat kan door een bodemonderzoek te doen.

U hoeft geen bodemonderzoek te doen als:

  • Er geen mensen langer dan 2 uur per dag in het bouwwerk verblijven. Voorbeelden zijn garage’s, schuren, opslagloodsen, enz.
  • Er al een afdoende bodemonderzoek is (maximaal 4 jaar oud).
  • Er geen bouwvergunning nodig is of slechts een lichte bouwvergunning (kleiner dan 50 m2 of minder dan 2,5 m diep, of een schuurtje kleiner dan 5 m2).
  • Bij een reguliere bouwvergunning-plichtig bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan bouwvergunningsvrij of licht-bouwvergunningsplichtig bouwwerk.
  • Het bouwwerk de grond niet raakt. Bijvoorbeeld het bouwen van een extra verdieping, of het plaatsen van een dakkapel. Maar ook een inpandige verbouwing, werkzaamheden aan een fundering of het maken van een kelder behoren tot de categorie waar geen bodemonderzoek voor vereist is.
  • Als de functie van het gebouw gelijk blijft (in wettelijke termen: het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik wordt gehandhaafd).
  • De gemeente kan ontheffing verlenen tot het indienen van een bodemonderzoek indien het een tijdelijk bouwwerk betreft en indien naar het historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onverdacht is.

 

In alle andere gevallen moet u een bodemonderzoek doen. Bij het indienen van een bouwaanvraag moet u het bodemonderzoek indienen. Ontbreekt het bodemonderzoek bij de bouwaanvraag dan wordt de bouwaanvraag niet in behandeling genomen door de gemeente. U dient het onderzoek dus zelf te regelen. Het onderzoek moet voldoen aan de NEN 5740, NVN 5725 en NEN 5707. Elk onderzoeksbureau weet wat dat betekent. Bedrijven die bodemonderzoek doen staan in de Gouden Gids bij het onderwerp bodemonderzoek of milieu-onderzoek. Gemiddeld kost een bodemonderzoek 800 euro en duurt ongeveer 2 a 3 weken.Vraag vrijblijvend meerdere offertes op, want de prijzen kunnen verschillen. Is de bodem niet (ernstig) verontreinigd dan kan er gebouwd worden. Maar is de bodemverontreiniging zo ernstig dat er risico’s voor de gezondheid optreden, dan is bodemsanering noodzakelijk voordat er mag worden gebouwd.

 

Voorbeelden bodemonderzoek verplicht

  • Bouw van een nieuwe woning.
  • Als u van een bedrijfspand bijvoorbeeld een woning gaat maken (functie wijzigt).
  • Herbouw van de woning. De functie blijft gelijk. Er is echter wel sprake van (bijna) geheel nieuwbouw, ook al blijft bijvoorbeeld de fundering en een deel van de bestaande woning gehandhaafd.
  • Nieuwbouw van recreatiewoning, ondanks dat er niet dezelfde mensen verblijven gedurende enige tijd.
  • Als de gemeente ernstige bodemverontreiniging vermoedt kan de gemeente een bodemonderzoek eisen. Het bouwplan wordt dan aangehouden totdat de gemeente of provincie het bodemsaneringsplan heeft goedgekeurd.

 

Als er voor de bouw eerst gesloopt moet worden, mag u het bodemonderzoek pas na de sloop doen. In de praktijk betekent dit vaak dat er bouwvergunning wordt verleend met de voorwaarde dat er pas gebouwd mag worden nadat het bodemonderzoek ingediend is bij de gemeente en goedgekeurd is.



Waaruit bestaat een bodemonderzoek

Bij een bodemonderzoek kunnen vier onderzoeken worden onderscheiden: vooronderzoek, verkennend onderzoek, nader onderzoek en saneringsonderzoek


Vooronderzoek
Het vooronderzoek wordt ook wel historisch onderzoek genoemd en wordt uitgevoerd volgens NVN 5725. Het vooronderzoek gaat altijd vooraf aan de NEN 5740. Indien het vooronderzoek naar de historie en de bodemgesteldheid uitwijst dat de locatie onverdacht is, kan de gemeente ontheffing verlenen voor het uitvoeren van het verkennend onderzoek.

Het historisch onderzoek beoogt aan de hand van bestanden etc. inzicht te krijgen in o.a.:

  • Bestemming van de locatie en de directe omgeving nu en in het verleden;
  • Plaats van voorkomen van mogelijke bronnen (illegale) stortingen, lozingen, lekkages, ondergrondse tanks, transportleidingen e.d.;
  • Foto's van de locatie;
  • Informatie over potentieel verontreinigende activiteiten die zich op de locatie hebben afgespeeld en/of nog afspelen, zo mogelijk met aanduiding van de precieze plaatsen;
  • In het verleden verrichte handelingen en toegepaste materialen in verband met het ontsluiten, verhogen, bouwrijp maken en dergelijke van de locatie;
  • Gegevens over op de locatie (nog) aanwezige kabels en leidingen, puin, verhardingen, enz.;
  • Activiteiten op aanliggende terrein (verleden en heden);
  • Onderzoek(en) naar bodemverontreiniging op belendende of nabijgelegen terreinen;
  • Voormalige gebruikers vanaf ca. 1900 - afhankelijk van de aard van het vermoeden van bodemverontreiniging;
  • Bouwkundige gegevens en tekeningen.

 


Verkennend onderzoek

Uit het historische onderzoek blijkt wat we kunnen verwachten in de bodem. Dan moeten er bodemmonsters komen. Op verdachte plaatsen, bijvoorbeeld bij een ondergrondse olietank, komen altijd wat extra boringen.
Veldwerkers gaan op pad met een grondboor. Ze beschrijven precies wat ze zien in de grond. Potjes met grond brengen ze naar het laboratorium, dat sommige grondmonsters mengt. Dat is goedkoper om te onderzoeken.
De resultaten komen in een rapport en de opdrachtgever weet hoe het met de bodem is gesteld.


Nader onderzoek

Als uit het verkennend onderzoek blijkt dat de bodem vervuild is, moet er meer onderzoek komen. Nog meer veldwerk en meer boringen dus. Uit het nader onderzoek leren we:

  • welke stoffen het zijn
  • waar de vlek precies is (ook bij de buren?)
  • hoe diep de vervuiling zit (ook in het grondwater?)
  • of er risico is voor mensen of het milieu
  • of het zich kan verspreiden, en zo ja, hoe snel dat zal gaan
  • of saneren nodig is en hoe snel dat moet
  • wie de bodem heeft vervuild (is niet altijd duidelijk)
  • Als er bodemverontreiniging is, moet u dat aan de gemeente melden. De resultaten van het nader onderzoek komen in de plaatselijke krant.


Saneringsonderzoek

Bij erge vervuiling is saneren nodig. Soms is het handig om de vieze grond weg te graven en te laten reinigen. Soms kunnen bacteriën de grond reinigen. De ene variant is sneller, de andere goedkoper. Het saneringsonderzoek zet alle voor- en nadelen op een rijtje.
Als de juiste saneringsvariant bekend is, moet er een saneringsplan komen. Dat beschrijft precies hoe de sanering gaat en dan begint de organisatie.

 


Leeflaagonderzoek conform NEN 5740

(bron: De Bodemonderzoeker BV)

In sommige gevallen volstaat een zgn. “leeflaag” onderzoek. Per gemeente kunnen de eisen voor een dergelijke onderzoek licht afwijkend zijn. Ook kan de ligging van de locatie van invloed zijn op de wijze waarop wordt bemonsterd.

De werkwijze voor de uitvoering van een leeflaag onderzoek is altijd een afgeleide van het NEN 5740 protocol zodat kwaliteit gewaarborgd is. Feitelijk is het enige verschil dat geen grondwater wordt onderzocht bij dit type onderzoek.

Leeflaag onderzoeken worden veelal uitgevoerd ten behoeve van:

  • kleine bouwprojecten waarvoor de gemeente toestemming geeft voor de uitvoering van een “beperkt” bodemonderzoek ten behoeve van de bouwvergunningaanvrage.
  • Als indicator voor bodemreinheid bijvoorbeeld bij verkoop en overdracht van een woning.

Bij een leeflaag onderzoek ten behoeve van een bouwvergunningaanvrage kan het zijn dat de gemeente tevens het resultaat van een historisch onderzoek conform NVN-5725 wil zien.

Een leeflaag onderzoek is juridisch gezien geen 100% betrouwbaar instrument om uitspraken te doen bij geschillen in de toekomst. Het is daarvoor ook niet bedoeld. Ze is meer een indicator waarmee de mate van waarschijnlijkheid van bodemvervuiling kan worden ingeschat.

Leeflaag onderzoeken worden vaak slechts toegepast op locaties kleiner dan 500 m2. Leeflaag onderzoeken ten behoeve van een bouwvergunning worden slechts uitgevoerd indien de gemeente in kwestie akkoord is gegaan.

De werkzaamheden:

  • Het kort beschrijven van het te onderzoeken object en de ligging ervan;
  • Kort historisch onderzoek – desonderzoek – max 1 uur;
  • Kopie van kadastrale tekening en kadastrale eigendomsgegevens bij de onderzoeksaanvraag is gevoegd;
  • Het nemen van 2 locatiefoto’s welke in de rapportage worden verwerkt;
  • Het plaatsen van een 4-tal grondboringen in de bovengrond (tot 0,5 m m-mv);
  • Het doorzetten van een 2-tal boringen in de ondergrond (tot 2,0 m-mv);
  • Het analyseren van 1 mengmonster uit de grondboringen “bovengrond”, alsmede 1 grondmengmonster vanuit de boringen “ondergrond” op het in het NEN 5740 genoemde pakket aan stoffen door een “STERLAB” gecertificeerd milieutechnisch onderzoekslaboratorium;
  • Herberekening van de gevonden analysewaarden naar de “standaardbodem” zoals bedoeld in de Wet Bodem bescherming (Wbb);
  • Samenstellen van de rapportage in 2-voud.
Door Edwin Kort
Gebruik het forum voor het stellen van vragen. Vragen die per email aan mij worden gesteld kan ik door tijdgebrek vaak niet beantwoorden. Op het forum worden bijna alle vragen deskundig beantwoord door ervaren bouwplantoetsers en adviseurs.

Edwin Kort is bouwplantoetser voor verschillende overheidsinstellingen en hoofdredacteur van Omgevingsvergunning.com en Woonhelp.com. De columns en artikelen worden op persoonlijke titel geschreven. De informatie in zijn columns en artikelen zijn niet bedoeld als aanbevelingen tot het doen van bepaalde handelingen. Aan de inhoud van deze website kunnen op geen enkele wijze rechten of aanspraken worden ontleend.


Geraadpleegde bronnen en meer informatie is te vinden:

 




© omgevingsvergunning.com 2008-2009 | opmerkingen: mail naar Edwin Kort | lees hier de disclaimer | adverteren | help mee!